Kaa-Iya del Gran Chaco

  • frankenjoyce
  • Tagged ,
  • 25/05/2016
  • Op zaterdag 7 mei worden we opgehaald door chauffeur/gids Juan Carlos – brede vrolijke man van in de 50; hij heeft 5 volwassen kinderen en 10 kleinkinderen. Kok/gids Hernán -klein en slank, ook vader van 5, 49 jaar, maar lijkt met zijn lachende ogen en Angry Birds-shirt eerder 30 – is er ook bij. Zoals we al gehoord hadden van tourverkoper Marcos, moeten we met zijn vieren op de achterbank van de Toyota Surf. Marcos had voorgesteld dat het kleine kokkie met mij en de kids achterin zou gaan, zodat Frank voorin kon zitten, maar Frank propt zich toch bij ons op de achterbank. Onderweg, langs sojavelden, waarin soms nandu’s lopen, zien we regelmatig Mesonieten aan het werk of onderweg met paardenkarren of tractoren met aanhangers met een soort bouwvakkerskeet erop, waar dan de vrouwen en kinderen in zitten. In Santa Cruz hebben we deze streng gelovige, blanke mensen uit onder andere Mexico, Duitsland en Canada, die zich afzonderen van de rest van de wereld en een hardwerkend boeren bestaan leiden, vaak zonder elektriciteit, al vaker gezien. Ze zijn duidelijk herkenbaar aan hun blanke, vaak blonde uiterlijk en hun klederdracht. De mannen en jongens dragen donkerkleurige tuinbroeken en de vrouwen en meisjes degelijke jurken tot over de knie met dikke panty’s en hoofddoeken. Na een uur of twee strekken we even de benen bij een winkeltje in de blubber langs de weg. Er lopen koeien rond en er is een klein kledingkraampje, waar Juan Carlos voor een habbekrats een mooie camouflagebroek op de kop tikt.

    Na zo’n vier uur rijden, stoppen we voor de lunch in San José de Chiquitos, een klein Jezuïtendorp met een prachtige kerk uit 1750. Op het pleintje vóór de kerk staan een paar van de bijzondere bomen, die kenmerkend zijn voor dit gebied: de stam heeft de vorm van een bolle fles en is gewapend met enorme doornen. Uit de taps toelopende top van de stam groeien takken met op de puntjes roze of vanille-kleurige bloemen. Ik vind het de mooiste bomen, die ik ooit gezien heb!

    IMG_2762

     

     

     

     

     

     

     

    De lunch bestaat uit Plátano-soep (grijzige bananensoep met kippenpootjes en aardappel) én kip of rundvlees met rijst en maniok. Als drankje krijgen we met suiker en kaneel gekookte perzikensap. Ik geniet ervan om te zien hoe de kinderen, ondanks het avontuurlijke uiterlijk van de gerechten, alles zonder blikken of blozen opeten! Het is ook echt wel lekker allemaal.

    Vanuit San José de Chiquitos, begint de 90km onverharde, roodbruine weg naar het nationaal park. Er liggen drie bijzondere bezienswaardigheden langs deze weg, waar we natuurlijk even uitstappen. De eerste is Santa Cruz La Vieja; de plek waar Santa Cruz oorspronkelijk is gesticht, voordat het rond 1750 200km werd verplaatst. We lopen door een weelderig bos langs wat ruïnes, kruizen en een (nieuw) standbeeld van stichter Nuflo en zien een grote loopvogel wegrennen. Verder stoppen we bij de Mirador van Nuflo voor een weids uitzicht vanaf een rots over bossen en velden met palmbomen én bij ‘Valle de la Luna’; een puntig, met struikjes begroeid rotsenlandschap met op de hoogste punten beelden van heiligen uit de tijd van Santa Cruz La Vieja. Hier maken we kennis met ranger Alguiera, die ons ook zal vergezellen tijdens ons verblijf. Vanaf dit punt rijdt de kok met hem mee en hebben wij wat meer ruimte in de auto.

    Voordat we bij het kamp in Kaa-Iya (Campamento Tucavaca) aankomen, is er al veel te zien; zoals grote cactusbomen, groene papegaaitjes met een blauwe staart, grote zwarte gieren en een katachtig, zwart beest dat de weg overschiet – waarschijnlijk een Eira Barbara, zoeken we later op in een boek. Als we uitstappen bij de witte, barakachtige gebouwtjes van het kamp, valt het gelijk op hoe heerlijk fris en bloemachtig het hier ruikt en hoe rustig het is. Wij zijn gewoon de enige toeristen in het kamp, dat nog slechts door 300 toeristen per jaar wordt bezocht.

    Nachtsafari 1
    Zodra de zon onder is, gaan we nog vóór het avondeten op ‘nachtsafari’. Juan Carlos heeft zijn nieuwe camouflagebroek al aan, met een bijpassend overhemd. Frank grapt dat hij hem kwijt is; hij is niet meer te zien! Al bij het kamp zien we een vosje. We rijden de rode zandweg af, dieper het park in, zien een grote kat wegschieten (misschien een puma) en vervolgens heel duidelijk een ocelot! In het licht van de koplampen zien we steeds rode puntjes als vuurwerklichtjes wegdansen. Het zijn de oogjes van wegvliegende duifachtigen. Bij een houten brug, stappen we de auto uit voor een glibberige wandeling door de blubber. Schijnend met zaklampen, spotten we een grote witte uil in een boom, een vosje in het gras, een enorme witte slak met een spiraalvormig huis en drietenige sporen van een tapir.
    Voldaan kruipen we na een spaghettimaaltijd van Hernán in onze stapelbedden, waarin het even zoeken is naar de juiste positie tussen de onregelmatige planken, die met gemak door de dunne matrasjes heen steken.

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *