Santa Cruz

  • frankenjoyce
  • Tagged ,
  • 22/05/2016
  • We waren van plan om hier met een verschrikkelijke, oude bus over een eindeloze onverharde weg in 22 uur naartoe te gaan en zagen daar behoorlijk tegenop. We dachten namelijk dat je er alleen met Amaszonas naartoe kon vliegen, voor een spotprijs weliswaar, maar die stond zo slecht aangeschreven, dat we het risico niet durfden te nemen. Totdat we in Uyuni van Annemijn en Frank hoorden, dat zij een prima vlucht hadden gehad met Amaszones en dat ze in een half uur op bestemming waren! Nader onderzoek bracht ons op het spoor van Boa, die ook in een half uur van Sucre naar Santa Cruz vliegt in een groter vliegtuig en zonder spookverhalen op internet.

    Taxi van tachtigjarige Tomás
    Zodoende laten we ons – toevallig op de Dag van de Arbeid, die in Bolivia groots wordt gevierd met ribbenkasten van lama’s (?) aan spiesen voor vuurtjes op het plein – met de taxi van de 80-jarige Tomás naar het vliegveldje brengen. Het is een wonder dat het witte autootje, dat bijna zo oud is als zijn chauffeur en waarin vroeger het stuur aan de linkerkant zat op de plek waar nu een gat met allerlei draden en touwtjes zijn overgebleven, het in een keer heeft gehaald! Bij het in- en uitladen van onze tassen, parkeerde Tomás met de voorwielen haaks op de stoeprand om te voorkomen dat de auto er zonder ons vandoor zou gaan en alle meters, boven het gat met de draden, zitten er alleen nog voor de sier!

    Het is niet druk op het vliegveldje waar we in het enige restaurantje, het enige eten wat ze hebben: tosti’s zonder ham. De rest wat er op de kaart staat, hebben ze niet. Door het raam zien we ons vliegtuig aankomen. Er zijn twee gates en wij moeten de tweede hebben. Het vliegtuig ziet er van binnen en buiten heel goed uit en uit het raampje zien we hoe we wegvliegen van de Andes. Santa Cruz ligt nog maar op 400m en heeft een subtropisch klimaat, wat duidelijk te zien is aan de weelderige vegetatie met de vele palmbomen.

    De taxichauffeur in Santa Cruz zet ons af bij hostal Inkandire. We hebben twee kamers, één op de derde verdieping en één op de begane grond. Het hostel zit een eind lopen uit het centrum, waar vrijwel alles dicht is vanwege Día del Trabajo. Door drukke marktjes met etenswaren, schoenen, keukengerei, ijzerwaren, ’chicha’ en andere ondefinieerbare brouwsels – het lijkt Chinatown in Bangkok wel – lopen we naar Plaza 25 de Mayo. Het centrum ziet er leuk en moderner uit dan we tot nu toe in Bolivia hebben gezien, maar vrijwel alles is dicht. Op het gezellige plein voor de kathedraal met vele bankjes, schaaktafels en palmbomen, is het gezellig druk. Veel mensen zitten te kletsen op een bankje, kinderen spelen op het plein en de schaaktafels worden goed gebruikt. Er zijn weinig toeristen, dus wij vallen aardig op. We weten dat we beter niet op een bankje kunnen gaan zitten om de aanwezige, vaak jeugdige schoenenpoetsers niet teleur te hoeven stellen met onze suède-achtige wandelschoenen, die we niet glad gepoetst willen hebben. Dit hadden we al in Potosí ondervonden. We eten en drinken wat bij Café 24. Na een tijdje, zit er toch niets anders op dan weer helemaal terug te lopen naar ons hostel, waar de kinderen en ik in ons kamertje op de begane grond Rio I en II kijken in het Spaans. Leuk, aangezien het niet zo heel lang meer duurt, voor de kids Rio in het echt gaan zien! Aangezien we zo ver van het centrum zitten en het al donker is, eten we in één van de barbecuerestaurantjes om de hoek. Het is een grote eetzaal met grote televisieschermen, plastic tuinmeubelen en een groot buffet in het midden. Het menu bestaat uit ‘Pacumutos’: keuze uit verschillende barbecueschotels, waarbij je gebruik mag maken van het uitgebreide groente-, salade- en rijst, pasta en aardappeltjesbuffet! Het ziet er heel goed uit, het smaakt heerlijk en twee zangers met gitaar (één uit Mexico en één uit Argentinië) komen nog even voor live muziek zorgen. Ze spelen onder andere Can Can van de Buena Vista Social Club. Geweldig! Wij zijn de enigen die na elk liedje voor applaus zorgen.

    Omdat de Dag van de Arbeid op zondag viel, is maandag nog steeds alles dicht, want dan krijgt men er nog een vrije dag voor. Over het marktje en langs gesloten winkels, lopen we naar het tourbureau van Amborro Tours om te informeren naar een tour naar ofwel Amborro National Park (jungle met watervallen en wildlife) of naar Kaa Iya Gran Chaco, het enorme, maar nog vrij onbekende park waar je veel kans hebt om jaguars en andere grote katten te spotten. Laatst genoemde park is eigenlijk onze eerste keus, maar een touroperator die we hier al over hadden gemaild, raadde het af vanwege de afstand en slechte bereikbaarheid omdat het nu te nat schijnt te zijn. Maar het tourbureau is ook nog dicht vandaag. In het centrum, vlakbij het plein, komen we hostel Ikandire II tegen. We nemen een kijkje in dit veel luxere en centraler gelegen filiaal van het hostel waar wij zitten en krijgen het voor elkaar om, tegen een meerprijs natuurlijk, te wisselen! Super! Veel fijner hier.

    Geen ‘targeta’ gekregen bij grens
    Op dinsdag spreken we Marcos van Amborro tours, die zegt dat we gemakkelijk naar Kaa-Iya kunnen. De dagen erna blijft Frank over de email met hem onderhandelen over de prijs en de nodige informatie uitwisselen. Zo komen we erachter, dat we bij de grensovergang van Bolivia op de berg, nog een ‘targeta’ hadden moeten krijgen, die we niet hebben gekregen. In onze stempel staat dan ook ST (sin tarjeta). Dit kan bij de grens en bij de controleposten in Kaa Iya, voor onaangename (financiële) verrassingen zorgen. Na een mailtje naar de Nederlandse consul in Bolivia, besluiten we een taxi naar de immigratiedienst te nemen om de twee stempeltjes in ons paspoort te bemachtigen, die de ‘tarjeta’ vervangen. Het is even gedoe, maar fijn als het geregeld is. Net als we met Marcos tot een deal zijn gekomen, krijgt hij door dat er de komende dagen een groep van 25 studenten in het park verblijft. We vinden het beter om dan maar tot zaterdag te wachten, zodat die drukte weer voorbij is.

    We zitten nu prima in ons hostel. Ik doe er nog een keer de was met de hand (omdat het anders niet voor ons vertrek klaar zou zijn) en de kinderen zijn zoet met armbandjes knopen van waxdraad. We eten ’s avonds bijna elke avond in de Ierse pub, waar het eten goed is en het uitzicht op het bedrijvige plein vanaf de gezellige, soort veranda op eerste verdieping, prachtig. Aangezien we er zo vaak komen, zijn sommige mensen op het plein ons nu vertrouwd, zoals het oude vrouwtje met de witte zonnehoed en de koffieverkoper met zijn nette, witte uniform en zijn duwkarretje.

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *