Potosí en Sucre

  • frankenjoyce
  • Tagged ,
  • 22/05/2016
  • Om 10.15 uur lopen we in Uyuni bepakt en bezakt wat winkeltjes van busmaatschappijen langs om te kijken wanneer de eerste bus naar Potosí vertrekt. Dat is ruim een uur later. Gelukkig kunnen we in het wachtlokaaltje wachten, dat nog steeds gezellig is versierd met kerstversiering en waar – aan de kalender te zien – de tijd sinds 2014 heeft stilgestaan. Terwijl Frank en Simon eerst een rondje maken over het marktje even verderop, passen Julie en ik op de tassen en genieten we van wie en wat we zoal voorbij zien komen; veel vrouwtjes met twee lange vlechten, dikke, kleurige rokjes en vaak een leuke alpaca-legging met open schoentjes met hakjes eronder. Ook zien we hoe de buschauffeur van de bus waar we straks ingaan, zijn bus pico bello schoonmaakt. Als Frank en Simon terug zijn, hebben Julie en ik ook nog precies tijd om het zondagsmarktje met groente, fruit, kruiden en textiel te bekijken en broodjes en bananen te kopen voor onderweg.

    We zitten vooraan in de bus en het uitzicht op het Altiplano-landschap met haar gekleurde bergen, stroompjes en indianendorpjes met grazende lama’s en quinoaveldjes is onbeschrijflijk. Het is alleen erg warm in de bus, de weg is bochtig en de gordijnen zitten, behalve waar we zelf zitten, dicht, waardoor we ook niet door de voorruit kunnen kijken. Vooral Simon houdt het haast niet uit van misselijkheid. Als er een oud Quechua-vrouwtje instapt met een kleurige draagdoek als bagage, staat Frank op, zodat ze naast Julie kan zitten. Ze ruikt naar zure melk. Gelukkig heeft Julie nergens last van.

    Ouderwets backpacken
    Blij dat we eruit mogen, stappen we uit bij het bedrijvige busstation van Potosí; de hoogste stad ter wereld op 4200m. We nemen een taxi naar het centrum, naar de straat waar de hostel zou moeten zitten, die we in de Lonely Planet hadden gezien, maar nog niet hadden geboekt. Die blijkt er niet meer te zitten. Vervolgens lopen we een tijdje met onze zware tassen door de steile straten te zeulen, op zoek naar een ander onderkomen. Best zwaar soms dat ouderwetse backpacken! Pas bij de vierde hostel waar we binnenkijken, besluiten we te blijven. Er zat bij de afgekeurde hostels trouwens één potentiële parel in een prachtig koloniaal gebouw met betegeld binnentuintje. Maar het was nu te vervallen en vies. Zonde! Franks handen jeukten om het op te knappen.

    IMG_2672In Hostel Carlos V, waar Estéfani – die vier kinderen heeft en net zo groot is als Simon – altijd voor het ontbijt met broodjes en aardbeienyoghurt met banaan zorgt, brengen we de meeste tijd aan de ontbijttafels door. We zijn allemaal een beetje te moe, misschien ook door de hoogte, om erg op onderzoek uit te gaan. En de tour door de zilvermijnen, die we 15 jaar geleden hebben gedaan en waarbij we met dynamiet en alcohol in onze rugzak en een gaslampje in ons hand ‘kruip-door-sluip’ door langs donkere schachten werden geleid, terwijl er explosies te horen waren, vinden we niet geschikt voor kinderen, hoewel het tegenwoordig veiliger schijnt te zijn. We hebben veel gemonopolied, wat geschoold en voor de site geschreven. Natuurlijk zijn we ook wel in het centrum en op het centrale plein geweest, waar ons hostel vlakbij was. In de steile, koloniale straten, met mooie gebouwen en houten balkonnetjes, is maar plek voor smalle stoepjes. De vele ‘collectivo’-busjes, die dus vlak langs je heen rijden, hebben helaas hun uitlaat op hun dak, waardoor ze je contant met hun uitlaatgassen de adem afsnijden en daar heb je al zo weinig van op deze hoogte!

    Geuren vangen
    In ons hostel, ontmoeten we Ben, Sally en hun driejarige zoontje Yuri uit Engeland. Zij reizen acht maanden door Zuid-Amerika en verzamelen geuren uit de jungle. Super leuk en interessant! Ze zijn een maand super diep de jungle in geweest bij Rurrenebaque, waar je alleen met een vliegtuig kunt komen en waar ze in een luxe lodge bij een onderzoekscentrum konden verblijven. Sally heeft ons laten zien hoe ze de geuren van planten, paddestoelen, vruchten, mineralen en bijvoorbeeld macawnesten, in water hebben gevangen. Ze bewaren ze in reageerbuisjes, waarvan de inhoud een half jaar goed blijft. Om dit te doen, heb je alleen pitje/gasbrandertje, een pan, twee kommetjes die erin passen, een grote kom en wat ijs nodig! Super simpel. Leuk om een keer met een klas te doen!

    Hoewel we van plan waren om met de ‘bustren’ naar Sucre te gaan, nemen we uiteindelijk een taxi, die niet eens zo duur is en die ons er in een uur of twee brengt in plaats van in zeven uur. Dit omdat Julie de dag ervoor niet lekker was. Gelukkig gaat het de volgende dag alweer een stuk beter.

    De laatste avond in Potosí gaan we met Sally, Ben en Yuri eten in ons vaste vegetarische restaurant, waar ze – behalve vlees, ha ha ha – heerlijke gezonde dingen hebben, zoals tortilla’s, tomatencrémesoep, quinoasoep en beetroot sandwiches zonder biet. We kletsen over onze reizen en horen de avontuurlijke verhalen van Ben en Sally, die tijdens een raftingtour met Yuri een keer overboord waren geslagen! Dat was het dieptepunt van de reis voor Yuri. Zijn hoogtepunt was de reis met een nachtbus! Hij had namelijk een nieuw kussen! Ongelooflijk hoe anders de beleving van een kind kan zijn en hoe goed ze zich kunnen aanpassen! Zo proeft en eet het driejarige ventje ook gewoon van alle Boliviaanse gerechten en blijft hij rustig de hele tijd aan tafel zitten, zonder andere entertainment dan de conversatie. De volgende ochtend aan het ontbijt, wisselen we gegevens uit en maken we het grapje dat Yuri wel met ons mee mag. Dat wilde Yuri wel en toen we met al onze tassen beneden op de taxi stonden te wachten, stond dat mannetje ook gewoon klaar met zijn rugzakje op. Hij was echt verdrietig dat hij niet echt met ons mee ging! Het is dat Ben en Sally hem toch maar niet kwijt wilden, maar anders hadden we hem zo meegenomen! Van zo’n schatje kun je er wel tien bij hebben!

    Sucre

    IMG_2684

     

     

     

     

     

    Sucre, de hoofdstad, wordt wel de mooiste stad van Bolivia genoemd en daar kunnen we ons wel iets bij voorstellen met al die witte, koloniale gebouwen en mooi onderhouden plantsoentjes. Het is er ook een stuk minder koud dan in Potosí. Het ligt dan ook zo’n 1500m lager. We zitten in een mooi hostel, waar we twee kamers en een gedeelde badkamer op de eerste verdieping hebben. Er zit een schitterende keuken bij en een gezellige tuin met gras, rozen en een overdekte barbecueplaats. Na een bezoek aan de mooie Mercado Central met prachtig vers fruit, groente, vlees en huishoudelijke spullen, genieten we een middag van de zon en van de spontane dansoptredens van de kinderen met de hoepel, die toevallig in de tuin lag.

    Bosje bol
    In café Joyride, waar we op Bas’ verjaardag Bossche bollen eten (‘Bosje ból’) en waar ‘ge bedankt zijt da wedde war’ als je geen papier in de wc gooit, vertelt de manager, die is getrouwd met een Nederlandse, dat het in Sucre barst van de Nederlandse café-eigenaren! Zo lunchen we bij Florín, waar alles in Oranjesfeer is voor Koningsdag (dat ook nog op 30 april wordt gevierd)!

    Bijna business
    Nadat we voor Julie een prachtige, traditionele poncho hebben gekocht, denken we erover om bij datzelfde vrouwtje ook nog tien Boliviaanse huiskleden te kopen, ze naar Nederland te laten versturen en via een nog te maken website te verkopen om te kijken hoe dat loopt. Na lang wikken en wegen, besluiten we om deze business toch maar niet te beginnen, omdat de kleden ‘vintage’ zijn en altijd wel een vlekje hier of een gaatje daar vertonen. Hoewel wij dat wel wat vinden hebben, denken we dat klanten ze terug zullen sturen. Bovendien is de voorraad in de kleuren, die ons geschikt lijken, lang niet groot genoeg. Jammer, had leuk geweest. Vooral Julie zag het helemaal zitten en keek en dacht mee alsof het haar eigen zaak was!

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *