Buenos Aires

  • frankenjoyce
  • Tagged , , , ,
  • 31/03/2016
  • De zaterdag na onze aankomst, worden we pas om een uur of 13.00u wakker. We doen rustig aan en eten s’avonds in het in de Lonely Planet aangeprezen restaurant Desnivel, gewoon in onze straat Defensa! De ‘bife de lomo’ is ongelooflijk lekker en mals en de rode Norton Malbec-wijn smaakt ook heerlijk! De helft van de kip en schnitzel van de kids gaat weer mee in een doggy bag. Voortaan kunnen we wel minder bestellen!

    Mercado San Telmo
    Zondags zijn we weer niet vroeg, maar uit ons raam zien we dat de San Telmo-markt toch pas om 10.00 uur begint met opbouwen. Pas na de lunch ziet het er gezellig druk uit en staat er een bandje met een zangeres te spelen in de zijstraat waar wij op uitkijken. Een beetje fado-achtige muziek. De zangeres heeft een mooie stem! Het bandje staat zo’n beetje naast een kraampje met schilderijen van Buenos Aires en tangodansers. Schuin onder ons raam kijken we op het werk van een straattekenaar. Als we de deur van ons portiek uitstappen, staan we gelijk midden op de markt. Langs kraampjes met sieraden, kalebasbekertjes met zilveren rietjes om maté uit te drinken en leren portemonneetjes en tassen, lopen we naar de kruising, waar een band van 5 mannen er een feest van maakt met opzwepende muziek. We lopen een eind over de markt totdat we bij de overdekte markt komen, waarvan elke dag wel kraampjes open zijn. Er zijn veel vintage-, antiek- en curiosawinkeltjes en -kraampjes. Bij sommige liggen oude huisnummerbordjes. Het zou leuk zijn als ze ons nummer zouden hebben, want die moeten we voor thuis nog steeds hebben. We kunnen ons nummer niet vinden, maar de vrouw van één van de kraampjes zegt dat ze het wel voor ons kan laten maken voor een euro of 20. Goedkoper dan thuis! Naar het voorbeeld van een voor Buenos Aires karakteristiek wit ovaal bordje met zwarte cijfers en in een klein klassiek lettertype ‘Buenos Airs’ eronder, bestellen we ons nummer, nadat we er zeker van zijn dat de vrouw ons weggezakte Spaans goed heeft begrepen. We kunnen het bordje ‘jueves’ in de middag ophalen. Leuk! Op Plaza Dorrego lopen we over een vlooienmarktje en kijken we even naar een charmante, oude tangodanser met een veel jongere danspartner. Het plezier straalt ervan af. Mooi om te zien. ’s Avonds maakt het bandje met de zangeres onder ons raam plaats voor een grote Braziliaanse sambaband; een man of 15 met allerlei verschillende trommels, een voetbalfluitje en schellenramen. Ze maken er een opzwepend feest van. Leuk om naar te kijken en je kunt ook niets anders, want je kunt elkaar binnen niet verstaan. Ze houden het minstens tot 22.30u vol!

    De rest van de dagen genieten we, behalve van de stad, ook vooral van ons mooie appartementje met de snelle wifi. Het duurt ook wel even voordat we weer in het goede ritme zitten. De eerste week kunnen we vaak ’s nachts niet slapen en ’s morgens niet uit ons bed komen. We doen dus lekker rustig aan en maken weer even een inhaalslag met school. Julie krijgt in april toch ook nog een Cito eindtoets. En natuurlijk willen we het sowieso wel bijhouden!

    Centrum
    Op maandag lopen we naar Plaza de Mayo, waar tijdens ons eerste bezoek in 2001 de moeders van de onder Videla verdwenen mannen nog elke donderdag bijeenkwamen. In 2006 is dit gestopt, maar het plein blijft een plek voor politieke demonstraties. Op dit moment hangen er onder andere spandoeken met teksten over dat de Islas Malvinas (Falklands) door Engeland moeten worden teruggegeven aan Argentinië. We herkennen het plein nog vaag. Van daaruit lopen we richting de ‘Obelisk’, die we ook nog herkennen. Verder herkennen we eigenlijk, behalve de tien banen brede Avenido 9 de Julio, de zwart-gele taxi’s en het ‘Roze huis’ waar de president woont, weinig van 15 jaar geleden. Via de winkelstraten Florida en Corrientes lopen we naar Téatro Colon, waar we informeren naar een voorstelling. We hadden al gezien dat er deze maand helaas geen balletvoorstellingen zijn, maar we krijgen gratis kaartjes voor een generale repetitie van een Tsjaikovski-concert! Zodoende zitten we op dinsdagochtend in het prachtige, ruim 100 jaar oude theater – één van de theaters met de beste akoestiek ter wereld – op een knus privé-balkonnetje te kijken en te luisteren naar een strijk- en blaasorkest dat Symfonie I van de jonge Tsjaikovski ten gehore brengt!

    Plannen
    Aan het einde van de middag, spelen we vaak Risk. Helaas heeft Julie haar verjaardagsspel nog geen enkele keer mogen winnen… Wat we ook willen doen hier, is het verder plannen van de reis. Wat willen we zien in Argentinië, is het handig om een auto te huren, welke landen zullen we nog meer bezoeken in de overgebleven tijd? We kijken met de kinderen 3-op-reisfilmpjes over Uruguay, de Pantanal in Brazilië, Uyuni in Bolivia, Machupicchu in Peru. We weten in ieder geval zeker dat we naar de Pantanal willen en de laatste week of twee weken willen we de reis wel afsluiten op een mooi strand in Brazilië. Na veel wikken en wegen wordt het grove plan om eerst in Argentinië richting Patagonië te gaan, waar we orca’s hopen te zien op Peninsula Valdes en met de Tren Patagonico naar Bariloche willen gaan. Verder zoveel mogelijk met bussen weer omhoog naar Mendoza, misschien Cordoba en Salta. Vanuit Salta kunnen we naar Uyuni in Bolivia, dan waarschijnlijk Potosí, Sucre en dan richting Pantanal. We hebben waarschijnlijk geen tijd om helemaal nog naar Peru te gaan. Doet wel een beetje pijn dat we dan niet in Cusco komen… Maar ja, je kunt niet alles..

    Voor we het weten is de week alweer om en besluiten we ons vertrek tot na het weekend uit te stellen. Gelukkig kunnen we dit met één mailtje naar Ana regelen. Het is geen probleem.

    Museo de los Sciencios Naturales
    Op vrijdag gaan we met de metro van Independencia naar het station Constitution en nemen we daar bus 29 naar het studentenstadje La Plata, waar we het Museo de Sciencios Naturales willen bezoeken. Een soort Naturalis. Als we de bus instappen, blijkt dat we eerst ergens een Sube-kaart hadden moeten kopen. De Subte-kaartjes van de metro zijn niet goed. Maar de aardige chauffeur neemt ons gewoon gratis mee! Een uurtje later stappen we uit in La Plata, waar het wel een behoorlijk stukje lopen is naar het museum. Onderweg komen we langs de campus van de technische universiteit, waar een groentemarktje is in het parkje en waar we onder de bomen op tot bankjes uitgeholde boomstammen ons meegebrachte brood opeten. Het museum huist in een prachtig oud gebouw met zuilen en beelden van sabeltandtijgers bij de ingang en is zeer de moeite waard! Via de zalen op de begane grond worden we in een uur of twee door de geschiedenis van de aarde geleid; van de oerknal en het ontstaan van de planeten – waarvan we er pas een aantal heel mooi ‘live’ gezien hebben in Nieuw-Zeeland – tot het ontstaan van het eerste leven en het ontstaan van de mens. De evolutie van planten en dieren is heel mooi in beeld gebracht. Er zijn diverse skeletten van dinosaurussen, walvissen en gereconstrueerde reuze gordeldieren uit het Jurasic tijdperk met enorme, puntige knotsen als staart! Ook is er een grote collectie dieren en vogels van over de hele wereld, waarvan we er diversen in het wild hebben gezien. Erg mooi om te zien. Op de tweede verdieping zijn archeologische vondsten tentoongesteld; gebruiksvoorwerpen van de vroege bewoners van Argentinië, maar daar zijn we niet aan toegekomen, aangezien we graag vóór donker weer in Buenos Aires wilden zijn en na een paar uur vonden we het ook wel weer even mooi geweest.

    Op de terugweg van het metrostation naar ons appartement lopen we eerst even langs het kraampje van ons nummerbordje. Het zou gisteren klaar zijn, maar in plaats dat er in kleine, ‘times new roman’-letters ‘Buenos Aires’ onder het nummer stond, zoals op het voorbeeld, stond er met koeienletters in reliëf ineens ‘CALLE BUENOS AIRES’ onder. Tja, dat vonden we een stuk minder leuk. Maar volgens het vrouwtje kon het veranderd worden en konden we ‘mañana’ terugkomen, als we alvast betaalden. Helaas is het vandaag toch nog niet klaar.

    La Boca
    Na eerst aan school gewerkt te hebben, besluiten we ’s zaterdags naar de wijk ‘La Boca’ te gaan, met de gekleurde huizen van de havenarbeiders, die toen ze vanaf het platteland in Buenos Aires kwamen wonen op zoek naar een beter leven, geen geld hadden om hun van golfplaten gebouwde huisjes te verven. In de haven wisten ze echter de restjes verf te bemachtigen die de schippers over hadden van hun boten. Zo ontstonden de bont gekleurde huizen, die zo in de smaak vielen dat ze nog steeds op deze manier worden geschilderd. Omdat we laat vertrekken en het vervolgens niet lukt om te pinnen, besluiten we een taxi te nemen om tijd te winnen. Het is een gezellige drukte in de kleurige Caminito, zoals de bekendste straat in La Boca heet. Er staan diverse Tango-paren op straat, met wie je op de foto kunt en bij elk restaurant wordt wel een Tango-demonstratie gegeven. Het barst hier van de winkeltjes en kraampjes met souvenirs, zoals Tango-schilderijen en magneten. Ook zijn er veel grote poppen van papier manché; Maradonna, de Paus, Eva Peron… Wij vinden het leuk om de vrolijk gekleurde huisjes te zien, waartussen hier en daar de was aan lijnen hangt te drogen. Toch hebben we het wel weer gezien als we er even doorheen gewandeld hebben.

    Recoletta
    Met een volgende taxi verlaten we de kermisachtige drukte en laten we ons afzetten in de wijk ‘Recoletta’, waar we een toeristische bezienswaardigheid van een heel andere orde willen bezoeken; Cementario de Recoletta. Zo belanden we van het ene in het andere uiterste. Op deze begraafplaats van vooraanstaande en rijke Argentijnse families bestaan de graven uit hele gebouwtjes, de een nog rijker versierd met beelden van engelen, koepeltjes en glas-in-loodramen dan de ander. Het meest bezochte graf is dat van de familie Duarte, waarin ook Evita begraven ligt. Het meest markante graf vinden wij dat waar een standbeeld van een jong meisje met een hond op staat. Er lopen aardig wat poezen rond in deze dodenstad. We zetten er twee op de foto, die heerlijk liggen te soezen in de laagstaande zon naast een roestig, gietijzeren hek.

    Na wat gedronken te hebben op een terrasje naast het gezellige park voor de begraafplaats, waar ook een marktje is en waar acrobaten hun kunsten vertonen, nemen we de metro terug naar onze wijk. We laten ons naar binnen lokken bij restaurant ‘Mi San Telmo’, waar verder niemand zit omdat de Argentijnen gerust pas om 21.30u ’s avonds gaan eten, maar hebben – zowel vanwege het eten als de sfeer – achteraf spijt dat we niet gewoon nog een keer naar ‘Desnivel’ zijn gegaan voor de beste ‘bife de lomo’…

    Prik
    En dan is het weer maandag en hebben we toch nog teveel te regelen om door te reizen. Ana vindt het gelukkig goed dat we weer verlengen, deze keer tot vrijdag. Bij een privékliniek (want bij de Travel Clinic, die we eerst hadden opgezocht krijgen we geen gehoor), waar we vrijwel direct aan de beurt zijn, krijgen Julie en Simon hun herhalingsprik voor Hep A en B. Niet het leukste uitje, maar de prik is binnen een seconde gegeven en het is een fijn idee dat dit geregeld is! We gaan een koffietentje binnen om het te vieren. De kinderen bestellen een ‘submarino’; warme melk waarin ze een reep chocolade kunnen smelten om er chocomel van te maken. En we nemen er lekker appeltaart, churros en empenada’s bij. Vervolgens gaan we met de metro naar het centrum, waar we toevallig pal voor een Movistar-winkel boven de grond komen. Precies waar we naar op zoek zijn om een Argentijnse simkaart (chip) te kopen voor Franks telefoon. Anders hebben we onderweg geen internet en dat is toch lastig tegenwoordig, want we dragen geen analoge reisgidsen meer mee.

    Mañana
    De rest van de dagen werken we vooral aan school, sparen we geld uit door zelf te koken en komen we bijna elke dag ‘mañana’ terug bij het kraampje van ons beloofde en al betaalde huisnummerbordje. Elke dag zegt het vrouwtje dat het bordje mañana klaar is of is het kraampje zelfs dicht! De kinderen weten nu heel goed de betekenis van het woord ‘mañana’! Vooral Julie was met de dag verontwaardigder en liep altijd voorop naar het kraampje. De avond voordat we uit Buenos Aires vertrokken, is Frank nog een keer alleen gegaan en zowaar teruggekomen met het bordje! Die boef in lieve, oude vrouwtjeskleren had het eindelijk voor elkaar; de grote reliëfletters had ze witgeverfd en voordat deze droog waren, heeft ze de plakletters ‘Buenos Aires’ erop geknutseld! Geweldig. Het was dit of niets, want ze had ook geen geld terug!

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *