Goudmijnstadjes en gletsjers

  • frankenjoyce
  • Tagged ,
  • 03/03/2016
  • Vanuit St. Arnaud, waar ik tijdens het ‘klaarmaken’ van ons muesli-ontbijt nog kennis maak met twee Israëlische reizigsters, die Colombia ten zeerste aanraden, rijden we richting Greymouth, waar je in de buurt kunt raften op de Buller River. Onderweg zien we echter dat de rivier op dit moment meer geschikt is om te kanoën, want we zien vooralsnog geen raftwaardige stroomversnellinkjes. De bergen verdwijnen weer wat meer naar de horizon, terwijl we af en toe door Western-achtige dorpjes rijden met slechts een paar houten huizen. Deze plaatsten zijn een overblijfsel uit de tijd dat men hier massaal goud kwam zoeken. In het wat grotere, toeristische Reefton, lunchen we op het gezellige terras van Alfresco’s. Dit restaurant heeft ook enkele kamers te huur in een gezellig huis ernaast. Toch besluiten we – nadat Simon even een paar rondjes op zijn long board heeft gemaakt op een door de plaatselijke Lions gesponsord skatepark – door te rijden naar Greymouth, bekend om bierbrouwers en voormalige goudmijnen.  Aan het einde van de middag checken we in bij de tweede backpackers waar we aankomen; de andere was al vol. Het is een groot blauw Pippi Langkous-huis met de naam Noah’s Ark. Bij gebrek aan een beschikbare familiekamer, nemen we onze intrek in de ‘Monkey Room’, een dorm voor acht personen. Julie en Simon kunnen samen in een stapelbed en ik in het enkele bed aan hun hoofeinde naast het raam. Omdat het bed dat aan mijn voeteneinde grenst al bezet is, neemt Frank het bed dáár weer naast. Na geconstateerd te hebben dat de gitaren en de ukelele, die hier in de huiskamer staan, kapot zijn, spelen we voor het eten een paar potjes ‘pesten’ en in de rafting flyers aan de muur lezen we dat de minimum leeftijd 12 is. Tijdens het eten, gewoon brood, spreken we een Vlaams stel dat met drie kinderen drieëneenhalve maand op reis is. Ze zijn al in Cambodja geweest en gaan na Nieuw-Zeeland nog naar Australië. Zij is ook leerkracht en geeft de kinderen ook onderweg les. Het oudste meisje zit in de brugklas en kreeg wel wat werk mee om onderweg te doen. De twee jongens hoefden van hun basisschool niet veel te doen, omdat ze al zoveel leren van de reis. Ze hebben alleen hun ‘Fransboek’ mee.

    De kinderen en ik slapen heerlijk die nacht, we merken niets van kamergenoten. Frank vond het echter te warm en te krap.

    West Coast
    De volgende dag, 10 februari, rijden we over een snelweg met aan de ene kant prachtige bergen en aan de andere kant een spoorlijn en de oceaan langs de West Coast naar het zuiden. In het plaatsje Franz Jozef Glacier – heel druk met (Chinese) tourgroepen en aanbieders van scenic flights – halen we stokbrood en pesto bij een supermarktje om die – na een korte steile wandeling naar een uitkijkpunt- op te eten met uitzicht op de Franz Jozef gletsjer. Mooi, maar niet spectaculair. Het is nu natuurlijk ook zomer. We vervolgen de route langs o.a. Fox Glacier – waar we niet meer uitstappen – naar het gehucht Haast, waar naast een piepklein centrum met supermarktje (waar we eten halen voor vanavond) en het motel/backpackershuis waar we een motelkamer krijgen, echt haast niets is. De kamer is best luxe, met een apart kamertje met twee stapelbedden voor de kinderen en een tv. Het keukentje is niet gemaakt om echt in te koken, dus dat doe ik net voor de spits in de gezamenlijke keuken van het backpackersgedeelte. Daaraan grenzend is een soort binnentuin waar we aan één van de tafeltjes onze Thaise kip/groenteschotel met rijst eten. Helaas zitten er weer wat vervelende, stekende zandvliegjes rond onze enkels. Na de afwas in de keuken, die in inmiddels een beetje overbevolkt is, kijken we op tv naar de Australische ‘weekend miljonaire’ – leuk om mee te doen – en een interessant programma over ‘ the secret life of babies’.

    Vanuit Haast, rijden we rustig aan verder naar het gebied rond Mount Cook. Dat ligt meer in het binnenland ten noorden van hier, maar om daar te komen, gaan we eerst verder naar het zuiden, omdat we om Mount Victor heen moeten rijden. Deze adembenemende bergroute loopt door het Mount Aspiring National Park. Af en toe steken we een bijna droogliggende rivierbedding van grijze keien over. In het dorpje Makarora, doen we naast het benzinestation een bakkie bij het houten chaletrestaurant, waar ook een souvenirwinkel bij zit. Daar koop ik een kaart voor oma. Het landschap tussen bergen, die aan de boomgrens te zien ongeveer even hoog zijn als Mount Robert van onze huttentocht, is prachtig. Aan de overkant van de weg, staat een mooi, geel vliegtuigje, waarin je mooie vluchten over het gebied kunt maken. Als we verder rijden, komen we al gauw langs het licht turquoise Lake Wanaka aan onze rechterkant en terwijl we dat meer nog steeds naast ons hebben, verschijnt aan de linkerkant Lake Hawea met dezelfde ongelooflijke kleur en hier en daar de spiegeling van de bergen in het water. Die bijzondere kleur van het water (azuur gemengd met wit/grijs) is ooit ontstaan door de deeltjes die vrijkwamen van de stenen die onder hoge druk werden fijngemalen tussen twee dikke, schurende ijslagen van de uitbreidende en terugtrekkende gletsjer. Na een lange rit arriveren we in het stadje Omarama, waar we boodschappen doen. Van daaruit is het niet ver meer naar Twizel waar wij via Airbnb voor twee nachten een mooi, wit houten chaletje hebben geboekt met een witte houten vloer, een indigoblauwe muur, ouderwets gietijzeren kacheltje en stoelen en mokken, die rood zijn met witte stippen.

    IMG_8389

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *